|
Morgen, 17 mei, word ik zestien. Dan wordt mijn leven helemaal anders, ook al ben ik geen spat veranderd. Mijn besluit staat vast: ik wil dat de mensen die me liefhebben me ook echt leren kennen. Mijn ouders, mijn broer Yvan, Elsa, Ludovic. En natuurlijk jij, Sara, die twee maanden geleden in mijn leven gekomen bent.
Het is middernacht. De stilte is in alle hoekjes van de flat gekropen. In de kamer naast de mijne heeft Yvan zijn lampje uitgeknipt. Hij is zeventien en hij heeft één passie: trompet. Of liever gezegd: 'zaktrompetje', naar Boris Vian op wie hij afstudeert voor Frans en met wie hij me aldoor om de oren slaat. Hij zeult het ding de hele tijd met zich mee in zijn kist. Niet alleen wanneer hij gaat repeteren met zijn orkest, maar ook naar het lyceum. Met dat 'zaktrompetje' loopt hij natuurlijk behoorlijk in de kijker. Het geeft hem iets extra's. En daar maakt hij - schaamteloos - gebruik van. In de pauze bijvoorbeeld gaat hij er in een hoekje op staan blazen. Dan komt iedereen om hem heen staan. Hij slooft zich verschrikkelijk uit en daar mag ik hem graag mee plagen. 'Jij gebruikt muziek om meisjes te versieren,' zeg ik hem keer op keer. Maar eigenlijk klopt dat niet. Hij heeft het echt in zich, die muziek, en bovendien heeft hij geen trompet nodig om mensen voor zich te winnen. Met zijn verleidersblik à la Faudel krijgt hij alle meisjes op de knieën. Ik sta op en ik overleg bij mezelf of ik wel naar de andere kant van de flat zou lopen om een glas ijskoude melk uit de koelkast te pakken. Bij het minste geluid wordt mijn moeder wakker. En zonder dat ze er erg in heeft, maakt ze natuurlijk ook mijn vader wakker. Dan glip ik maar liever de badkamer in voor een glas lauw water van de kraan. Daarna installeer ik me weer bij het raam. Door het licht van de straatlantaarns en het briesje dat door de bomen waait, raak ik vanzelf weer in gedachten verzonken. 's Nachts, als het donker is, zie je de dingen scherper: beslissingen dringen zich op, volkomen vanzelfsprekend. Alles is helder in mijn hoofd: ik voel de behoefte om mijn omgeving iets toe te vertrouwen wat al lang in me zit. Nu ga ik toch niet kunnen slapen. Mijn vader zal de eerste zijn die het weet. 'Marc-Daurieux@voila.fr' Mijn vingers dansen al over het klavier.
Lieve papaatje, ik moet je iets belangrijks vertellen. Ik zal het ook aan mama en Yvan vertellen, per mail of per brief, of gewoon hardop, dat weet ik nog niet, maar ik wil het eerst aan jou kwijt. Waarom? Dat weet ik niet. Of toch, ik weet het wel. Weet je nog, toen ik drie was, dat je me op je schouders hees... 'Wat ben je licht, Colline, net een veertje, een appelpartje, een okkernootje... Mijn Okkernootje,' zong je neuriënd. Ik, dat kleine wicht op je schouders, ik was de baas over de hele wereld. En weet je nog, een paar jaar later, dat we met zijn tweeën naar de film gingen? Je hield mijn hand vast. We gingen op de fluwelen klapstoeltjes zitten en gelijk werd die zaal voor mij een vliegtuig. Jij was de piloot en we vlogen dwars door filmwolken en orkanen en onweersbuien... Weet je nog, lieve papaatje? Als jij bij me was, kon me niks gebeuren. Ik herinner me kerstfeestjes en ruzies met Yvan. En iets wat je zei en wat me altijd is bijgebleven. Ik moet zowat acht zijn geweest. We hadden gegeten op het balkon. De lucht was zacht. En jullie zaten bij de koffie te praten. Jullie, dat waren de volwassenen: mama, Bonneke die nog goed ter been was, opa die het volgende jaar dood zou gaan, en jij. Verkleed als Spiderman huppelde Yvan van de een naar de ander. Met zijn waterpistooltje in de hand schoot hij iedereen om de beurt dood en verklaarde jullie daarna weer levend. Jullie hadden het over grotemensenproblemen, over de relatie tussen ouders en kinderen geloof ik, en toen zei je ineens: 'Als Colline ooit verliefd is, zal ze het eerst aan mij vertellen.' Je hebt je naar mij omgedraaid, en toen zei je heel ernstig: 'Niet dan, mijn Okkernootje?' En ik riep: 'O ja! Ja! Ja!' En ik heb je een dikke klapzoen gegeven. Is het soms die kinderlijke belofte die me drijft om je vandaag dit mailtje te sturen? Het is moeilijker dan ik had gedacht. Ik heb er behoefte aan om je mijn geheim toe te vertrouwen, maar tegelijk wil ik het diep vanbinnen wegstoppen. Morgen word ik zestien en wat ik op dit moment meemaak is het belangrijkste en het mooiste wat iemand van zestien kan overkomen: ik ben verliefd.
Mijn vingers blijven zweven boven het klavier. Diep vanbinnen zit dat geheim van mij, en ook die zekerheid die me helpt om eindelijk mezelf te zijn. Ik sluit mijn ogen. Ik probeer me de reactie van mijn vader voor te stellen. Morgen, voor hij zijn eerste patiënt binnenlaat, zal hij zoals iedere ochtend zijn computer aanzetten. En dan vindt hij mijn bericht. Mijn vingers rusten op de toetsen en beginnen weer te tikken. Ik ben smoorverliefd. Ze heet Sara en ze is zeventien. Een muisklik op VERZENDEN. Ik sta op en ga weer voor het raam staan met mijn gezicht naar de nacht, naar de stilte. Wat is het zalig, Sara, om over jou te praten. Gewoon je voornaam uit te spreken. Sara. Sara, mijn lief. Ik ga twee maanden terug in de tijd. |