Tijdens De Week tegen Pesten (5 tot 12 februari) doen kinderen en jongeren over heel Vlaanderen mee met de ‘Stip it’-actie. Wij merken dat onze boeken met als thema ‘pesten’ in die periode ook intensiever gebruikt worden. Maar hoe kan jij als leerkracht nu een prentenboek of leesboek inzetten om pesten bespreekbaar te maken? Wij gaan op zoek naar concrete antwoorden en tips.









Vanaf de kleuterklas

Baby’s en peuters pesten natuurlijk nog niet. Maar vanaf de kleuterklas merken leerkrachten en begeleiders soms al pestgedrag op. Hoe dat komt? Kleuters beginnen zich tussen hun derde en zesde levensjaar bewust te worden dat andere mensen ook gevoelens en gedachten hebben. Ze (her)kennen die gevoelens ongeveer en ontwikkelen dan ook empathie. Maar omgekeerd kunnen ze ook andere kinderen in hun omgeving proberen ‘kwetsen’ om te zien hoe zij reageren. Het verschil uitleggen tussen plagen en pesten is dus al vanaf de kleuterschool belangrijk. Zo leren kinderen ook dat wat zij als plagen zien, misschien voor anderen als pesten ervaren wordt.

Het verschil tussen pesten en plagen kan je bijvoorbeeld uitleggen aan de hand van een boek als ‘Meneertje Prot’. Dit prentenboek vertrekt vanuit een thema dat kinderen erg zal aanspreken (protjes laten) maar toont zonder belerend te zijn wel het effect op het hoofdpersonage als anderen hem pesten.
Ook is het belangrijk om als begeleider het pestgedrag in een vroege fase op te merken en over de conflicten te praten. En dat met àlle betrokkenen, dus ook de zogenaamde ‘omstanders’. Een van dé klassiekers als het hierover gaat is ‘Rood of waarom pesten niet grappig is’. Dit verhaal wordt verteld vanuit de rol van een omstander en toont heel goed aan jonge kinderen hoe zij een verschil kunnen maken, ook al zijn ze zelf geen slachtoffer of dader. Geen wonder dat het boek werd omgezet in een succesvolle toneelvoorstelling, overigens met gratis lesmap.





Lagere school

Vanaf de lagere school kunnen pestsituaties een nog grotere impact hebben op kinderen. En ook de sfeer in de klas naar beneden halen. Je kan anticiperen door regelmatig verhalen te vertellen die tonen dat iedereen anders is en dat anders zijn oké is. Daarvoor kan je boeken gebruiken zoals ‘Het mooie dorpje Mooiezon’, ‘Ik ben KameLeon’, ‘Mmm! Lekker!’, ‘Vlad Vampier wil geen bloed’, …

Daarnaast zijn er boeken waarin het anders zijn zorgt voor reële pestsituaties. ‘Dik oké’ toont bijvoorbeeld een groepssituatie waarbij het dikkere hoofdpersonage sterk geconfronteerd wordt met ‘body shaming’. Ze voelt zich waardeloos. Dankzij een inventieve sportleraar ontdekt zij hoe zij haar talenten kan inzetten om dit pesten een halt toe te roepen. ‘Kip zonder kop’ zet de pestcontext dan weer over naar een setting met dieren. Dit is vaak een ‘veilige’ manier voor kinderen uit de eerste graad om te praten over het thema pesten en om dan vervolgens de transfer te maken naar hun eigen (klas)situatie of persoonlijke context.

Voor lagere schoolkinderen in de tweede en derde graad zijn er vaak al omvangrijkere verhalen die je kan voorlezen of zelf laten lezen. Kies daarbij het liefst een boek dat aansluit bij het karakter en de voorkeuren van het kind. Een boek als ‘De koudste winter’ is eerder geschikt voor een gevoelig en introvert kind. Een boek als ‘Jengeltje’ kan je geven aan de spring-in’t-veld die niet altijd doorheeft dat hij of zij anderen kwetst. Dit laatste boek leent zich trouwens ook prima tot een klassikaal gespreksmoment. Lees bijvoorbeeld het fragment voor waarin Jengeltje de neus van haar broer vastbindt met een elastiekje, hem stoort terwijl hij naar muziek luistert en een stukje van zijn haar knipt. Dit fragment kan je gebruiken om concrete vragen te stellen zoals ‘is dit pesten?’, ‘Hoe zou jij je hierbij voelen?’ of ‘Moet Jengeltje gestraft worden, en zo ja, hoe dan?’.
 






Middelbare school

De meeste jongeren kennen het verschil tussen pesten en plagen. Voor hen komt de realiteit van cyberpesten en online pestgedrag in het vizier. Dit illustreert het boek '2031, het einde van België?' heel mooi. Als Sofies interesse in een andere klasgenoot op een gênante manier bekend raakt, loopt haar social media over met besmeurende berichten. Een mooie insteek om met jongeren van 16 jaar en ouder te praten over pesten via social media, de laagdrempeligheid ervan en de afstand gecreëerd door een scherm, en eigen ervaringen hiermee.

Ook blijkt dat jongeren het moeilijk vinden om pestgedrag te melden en vaak niet weten hoe ze kunnen helpen. Hier kunnen boeken weer als ondersteuning dienen. Laat hen bijvoorbeeld het boek 'Ik dacht dat het ergste nog moest komen (maar dat was niet zo)' lezen en koppel er een klasgesprek aan vast met open vragen rond pesten, waardoor oplossingen gevonden kunnen worden.